Garbagetime

In de NBA noemen ze het garbage time. Er zijn nog meerdere minuten te spelen, maar de achterstand is al vijfentwintig punten. De sterspelers gaan naar de kant, bankspelers maken wat schaarse minuten en een deel van het publiek loopt alvast richting uitgang om de ellende bij het massaal verlaten van de parkeerplaats vóór te zijn. Volleybal kent ook garbagetime. We noemen het alleen niet zo. Maar vanaf pakweg 17–9 – zeker in een laatste set, maar eigenlijk in elke set – is de spanning er vaak uit. Natuurlijk kan een team nog terugkomen, maar in de praktijk voelt het vaak als plichtmatig uitspelen. We tellen de punten nog wel, maar het verhaal van de set is al geschreven. Op het hoogste niveau gebeurt dat misschien niet zo vaak. Bij jeugdwedstrijden – waar krachtsverschillen nu eenmaal groter zijn – helaas veel vaker dan sporadisch. Dat kan beter. Denk ik. Wat als we een set laten bestaan uit twee gewonnen games? En als het 1–1 in games wordt, volgt een beslissende game. Je wint een set d...

Examenstress

De examenstress heeft definitief toegeslagen. Niet bij de leerlingen – die slapen tegenwoordig rustig met AI onder hun vingertoppen – maar bij de docenten.


Bij EenVandaag, Nieuwsuur of aan de talkshowtafels besproken: AI heeft het leven in het onderwijs definitief verpest. Of verbeterd, afhankelijk van of je voor de klas staat of aan de andere kant zit. 

Of het nu gaat om proefschriften, werkstukken, scripties, papers, verslagen of andere vormen van tekstuele marteling, AI schrijft ze sneller, beter en met minder spelfouten dan de gemiddelde leerling voor elkaar krijgt. Docenten kunnen nauwelijks nog onderscheiden wat nu van een puberbrein komt en wat uit een taalmodel rolt. Examineren via een schrijfopdracht is verworden tot het testen van wie het beste de prompts van AI hanteert.

Dit probleem treft de hele onderwijswereld. Zelfs het volleybalonderwijs ontkomt er niet aan. Want waar laten wij trainers de trainerscursussen mee afsluiten? Juist. Met geschreven opdrachten, portfolio’s, reflectieverslagen of invulformulieren bij de proeve van bekwaamheid. 

Een voorbeeld van Volleybal Trainer 3 is dit – ik citeer – de PVB-opdracht: “Maak een jaarplan op macro- en mesoniveau voor een volleybaltrainer waarin een duidelijke visie de ontwikkeling van het eigen team blijkt. In het plan is aangegeven hoe de plannen gerealiseerd worden. Met daarbij uitgewerkt: een analyse van de beginsituatie, een analyse van de individuele spelers met daarbij de technisch tactische, fysieke en mentale mogelijkheden, een zelfanalyse met eigen competenties en leerpunten; benoem ambities en concrete doelen en werk passend binnen het jaarplan tien trainingen uit.

Ik nam de proef op de som. Ik voerde de opdracht in bij AI, voegde wat namen en posities van mijn team toe, voegde met behulp van AI, hier en daar verdiepinkje toe... en jawel, een foutloze, strak opgebouwd jaarplan rolde eruit. Netjes geformuleerd, logisch opgebouwd, compleet. Geen docent die het verschil nog ziet.

Maar gelukkig, volleybal (en sport in het algemeen) heeft één troef: de praktijk. In tegenstelling tot de leraar Nederlands, de journalist of de academisch onderzoeker, word je als trainer niet afgerekend op je zinsbouw of vaardigheid met schrijven, maar op wat je in de zaal doet. We hoeven dus niet in schriftelijke opdrachten te verzanden. 

Daarom wil ik de kanteling, die je nu ook in het onderwijs ziet ontstaan, ook bij de trainersexamens: minder schrijven, meer mondeling. Minder portfolio, meer praktijkexamens. Net als het rijexamen, het gaat er om dat je onderweg netjes 50 rijdt, niet wat je over de snelheid opschrijft. 

Dus ik zeg: weg met de Word-bestanden, exit portfolio's. Laat een trainer in opleiding gewoon een training geven, een team aansturen, een wedstrijd coachen, een groep analyseren. Laat ze praten, demonstreren, uitleggen – op de vloer, in de zaal. Mondeling. Live.


Eén klein probleempje: deze aanpak kost mensen. En dus geld. Maar hé… slechte trainers die alleen geleerd hebben de juiste prompts aan AI te voeden, kosten het volleybal uiteindelijk veel meer.

Terug naar de praktijk heeft nog een ander voordeel. Minder geschreven stukken over volleybal. Minder concurrentie op mijn terrein als blogschrijver. Want laten we eerlijk zijn: AI kan dan misschien een jaarplan schrijven en trainingen uitwerken, maar originaliteit, cynisme, ironie en een goede metafoor? Die zitten nog niet in zijn database.

Nog niet.

Reacties