In de NBA noemen ze het garbage time. Er zijn nog meerdere minuten te spelen, maar de achterstand is al vijfentwintig punten. De sterspelers gaan naar de kant, bankspelers maken wat schaarse minuten en een deel van het publiek loopt alvast richting uitgang om de ellende bij het massaal verlaten van de parkeerplaats vóór te zijn.
Volleybal kent ook garbagetime. We noemen het alleen niet zo. Maar vanaf pakweg 17–9 – zeker in een laatste set, maar eigenlijk in elke set – is de spanning er vaak uit. Natuurlijk kan een team nog terugkomen, maar in de praktijk voelt het vaak als plichtmatig uitspelen. We tellen de punten nog wel, maar het verhaal van de set is al geschreven.
Op het hoogste niveau gebeurt dat misschien niet zo vaak. Bij jeugdwedstrijden – waar krachtsverschillen nu eenmaal groter zijn – helaas veel vaker dan sporadisch.
Dat kan beter. Denk ik.
Wat als we een set laten bestaan uit twee gewonnen games? En als het 1–1 in games wordt, volgt een beslissende game. Je wint een set dus met 2–0 of 2–1 in games.
Games tot tien punten, en de beslissende tot zeven. Cliffhanger: verderop leg ik uit waarom tot tien en niet bijvoorbeeld elf of vijftien.
Een set kan er dan bijvoorbeeld zo uitzien: 10–5, 10–6. Niet zo spannend. Of 10–8, 10–7. Prima. Of misschien wel 10–8, 11–13, 7–5. Heerlijk.
Bij een stand van 2–2 in sets speel je een beslissende set: één game tot de zeven.
Het gevolg is dat je automatisch veel sneller bij de belangrijke punten komt, beter bekend als big points. In het huidige 25 punten-systeem heb je een lange aanloop naar die big points. Pas boven de twintig begint het echt te knetteren.
Bij een game tot tien zit je al na vijf punten in die fase. In een beslissende game tot de 7 is eigenlijk alleen maar big points. Bij elke set kent niet één mogelijke climax per set, maar twee. En soms drie.
Extraatje: in een nieuwe game - binnen een set - ga je verder met de opstelling waarin je geëindigd bent.
Kort gezegd: meer big points, minder garbage.
Tafeltennis heeft de puntentelling bijgesteld, badminton ook. Bij tennis kennen ze nu de super-tiebreak, in baseball speel je de laatste twee innings niet als er 10 punten verschil is. We are not alone.
Jullie hadden van mij nog een antwoord tegoed op de vraag: waarom tot tien? Niet alleen omdat het een lekker rond getal is. Ik heb een paar simulaties gemaakt waarin het totaal aantal gespeelde punten per wedstrijd is vergeleken met het huidige systeem van sets tot 25. Bij games tot tien en een beslissende tot zeven blijkt het gemiddelde aantal gespeelde punten per wedstrijd gelijk te blijven.
Dat is prettig voor het wedstrijdsecretariaat. Wedstrijden duren ongeveer even lang en de zaalhuur blijft daarmee hetzelfde.
Alleen de spanning verandert.
Goed idee? Misschien. Maar gaat het ooit veranderen?
C-jeugd in een gemengde competitie. Dat was ooit ook een blogidee, en is nu werkelijkheid. En teamgelden die worden gestandaardiseerd zodat we in de toekomst de regiogrenzen in competities los kunnen laten – ook ooit “slechts een blogidee”. Maar binnenkort dus ook werkelijkheid.
Dus dit kan ook!
Al moeten we in dit geval misschien ook nog even FIVB overtuigen. Even.
Kortom : Spread the word. Deel deze blog.
Op naar garbageloos volleybal.
PS als er een damesdivisieteam is in het midden van het land die weleens een oefenwedstrijd met deze puntentelling wil spelen, laat het weten.

.png)

Reacties
Een reactie posten