De trainerscarrousel draait door

Het stond er als goed nieuws: het ledenaantal van de Nevobo stijgt met 2%. Tweehonderd teams erbij. Dat ís ook goed nieuws.


Alleen… meer teams betekent ook meer trainers. Zijn er ook tweehonderd trainers bijgekomen? Of eerder tweeduizend, als je kijkt naar wat er werkelijk nodig is om iedereen fatsoenlijk te begeleiden? Het trainerstekort is al enorm. Kijk de komende maanden maar eens op social media: de smeekbedes om trainers vliegen je om de oren.

Het wringt.

Subsidies zijn de laatste jaren verminderd. Gevolg: minder geld, dus minder opleiding. Tegelijk klaagt de politiek over stijgende zorgkosten. Menig onderzoek laat zien dat elke euro die in preventie — lees: sport — wordt geïnvesteerd, zich maatschappelijk meervoudig terugverdient. Aan de voorkant investeren om aan de achterkant te besparen, het klinkt niet ingewikkeld. Toch blijkt één en één optellen voor politici verrassend lastig en wordt als alternatief dan maar de eigen bijdrage verhoogd.

Dus zoekt de sport de oplossing ergens anders.


De herziening van de Kwalificatiestructuur Sport (KSS) — aangestuurd vanuit NOC*NSF — bracht niet alleen nieuwe namen (VT2 werd VTV, VT3 werd VTR, VT4 werd VTN), maar ook soepelere eisen. Een VTV’er wordt niet meer beoordeeld op een volledige trainingsvoorbereiding, alleen op de uitvoering. Bij VTR is het maken van een jaarplan grotendeels verdwenen. Minder eisen, terwijl het diploma op papier schijnbaar hetzelfde gewicht houdt.

Vroeger was trainer zijn een ambacht. Een seizoen lang zaterdagochtenden voor Trainer A — en dan was je nog maar beginnend trainer. Trainer B was een flinke stap verder. Nu lijkt het soms alsof je het diploma bijna bij elkaar spaart met zegeltjes bij een pak melk.

Los je het trainerstekort op door de lat lager te leggen? Waarschijnlijk krijg je sneller meer gediplomeerden. Net zoals je meer piloten krijgt als je de opleiding inkort.


Alleen: een piloot heeft nog een automatische piloot. Voor trainers bestaat er geen automatische variant. Nog niet.

Sneller en eenvoudiger opleiden kan het tekort op papier verkleinen.

Sommige trainers zeggen dat ze prima zonder opleiding kunnen. Natuurlijk, spelervaring is waardevol. Maar de meeste trainers geven juist aan dat ze houvast hebben gekregen door een gedegen opleiding. Structuur, didactiek, jaarplanning — geen formaliteiten, maar fundamenten. Dat hoor ik ook terug in mijn opleidingen.

Want als trainers onvoldoende zijn voorbereid, ligt teleurstelling op de loer — bij de trainer én bij het team. En teleurstelling is een uitstekende voedingsbodem voor afhaken.

Dan creëren we geen sterke trainersgilde, maar een trainerscarrousel (hé waar heb ik die term eerder gelezen?). Veel trainers die kort actief zijn en binnen  binnen een paar jaar - een illusie armer - weer uit de draaimolen stappen, in plaats van vakmensen die het ambacht beheersen en jarenlang blijven.

En als spelers vervolgens afhaken door gebrek aan kwaliteit op de training, dan kan die 2% groei binnenkort zomaar weer gesmolten zijn als sneeuw voor de zon.

Reacties