Duizend kilometer verder, acht medailles meer.

Ik las Why Norway is dominating the Winter Olympics and what could US learn van CNN over waarom Noorwegen grossiert in gouden medailles, en luisterde vrijwel tegelijk naar de podcast  De Jacht op de Jeugd over het Nederlandse jeugdvoetbal. Het was een confronterend contrast.


De podcast schetst een systeem waarin selectie, geld, dromen – en vooral teleurstelling en desillusie – de hoofdrol spelen. Een wereld waarin alles serieus is. Té serieus. Kind zijn doe je maar na je carrière. Jeugdsport als een economische gedreven systeem met kinderen als afvalproduct. 

Het systeem is gebaseerd op angst en volkomen doorgeslagen. Angst dat clubs talent mislopen of dat zakenwaarnemers goudmijntjes missen. En ouders trots op hun kind en bang dat ze onvoldoende steun verlenen, worden verleid om mee te doen. The fear of missing out. 

Dus gaan we vroeg selecteren, vroeg specialiseren, vroeg druk opvoeren. Alles in dienst van dat ene doel: een topsportcarrière. Want zo werkt topsport, zeggen de kenners. Offers brengen. Winnaarsmentaliteit. Professionaliseren. Serieus zijn. En als we proberen kinderen gewoon lekker te laten spelen zonder een scorebord, zeggen dezelfde kenners dat we kinderen te slap opvoeden. 


En wie denkt: dit gaat alleen over voetbal – ik heb genoeg inside-informatie om te weten dat ook bij Nederlandse prejeugd-volleybalteams professionaliteit soms kantelt richting kindonvriendelijkheid. De verpakking heet ambitie, maar de inhoud is prestatiedruk.

Maar dan Noorwegen. Jeugdsport is daar gebouwd op meedoen, uitproberen, vrijheid en inclusie. Geen afvalrace. Geen kampioenschappen, prestaties en medailles. Geen 'entourages' die een centje wil meepikken. Geen kinderen die op hun tiende moeten kiezen tussen plezier en toekomst. Je zou kunnen denken: "leuk voor de opvoeding, maar voor echte topsport is serieuze aanpak noodzakelijk".

Alleen dan wordt het merkwaardig ...

Want ook voor topsport werkt het Noorse systeem beter. Achttien gouden medailles zijn geen toeval. En ja, je kunt zeggen: Winterspelen, sneeuw, langlaufgek land. Maar Noorwegen wint ook medailles in schaatsen, atletiek en beachvolleybal, behoort tot de wereldtop in triatlon en handbal mannen en vrouwen, heeft tennissers in de mondiale top tien, golfers in de top vijftig en met Erling Haaland en Ada Hegerberg heeft Noorwegen twee van de beste voetballers ter wereld.


Het Noorse model is dus niet alleen kindvriendelijker en minder stressvol, het is ook nog eens aantoonbaar succesvoller. De Noorse jeugdsport draait niet om het zo snel mogelijk identificeren van talent en dat vervolgens in een ratrace naar succes te duwen; het draait om jeugdsporters hun eigen weg te laten vinden, en pas wanneer ze er klaar voor zijn, aan te sluiten bij een topsportprogramma. Een systeem dat laat zien dat kindvriendelijkheid, vrijheid en uitproberen geen zwaktebod zijn, maar een fundament. 

Terwijl Nederlandse clubs, trainers, ouders en kinderen zich massaal in de selecties, zogenaamde professionaliteit en stress storten om een topsportcarrière veilig te stellen, wordt duizend kilometer verderop bewezen dat minder druk tot betere prestaties leidt. 

Wat mij het meest verbaast, is niet dat Noorwegen succesvol is. Het is dat wij – en vele andere landen met ons – ziende blind blijven. Hoeveel teleurgestelde, opgebrande jongeren, soms met dramatische gevolgen, hebben we nog nodig voordat we erkennen dat er een beter alternatief bestaat? 

Een systeem dat pedagogisch sterker is, sociaal gezonder, sportief effectiever en dat we, als we echt zouden willen, morgen kunnen starten.

Ja, ik weet het. Er zijn talloze redenen waarom dit niet kan. 

Maar bij de komende WK zal het Noorse voetbalelftal hoger eindigen dan Nederland. Denk ik. En ik ben benieuwd wanneer Noorwegen Nederland in de Volleyball Nations League verslaat.

Reacties