Het WK voetbal is begonnen. Voor veel volleyballers is dat een bijzondere tijd. De gemiddelde volleyballer snapt niet zoveel van voetbal.
En dat is ook niet zo gek.
Voetballers doen soms zulke rare dingen en gebruiken zulke merkwaardige begrippen dat een beetje hulp voor een volleyballer best op zijn plaats is.
Neem nou de tweede paal. Iedere voetballer kent het begrip. Iedereen weet dat je moet inkomen bij de tweede paal. Maar vraag eens welke paal nou precies de tweede paal is. De linker? De rechter? Vanaf de keeper gezien? Vanaf de aanvaller?
Wij volleyballers hebben natuurlijk ook twee palen. Anders wordt het lastig om een net overeind te houden. Alleen wij geven ze geen nummers. We zijn gewoon iets praktischer. Waarom iets nummers geven als je ze toch niet met zekerheid kan aanwijzen?
Nog zo’n mooi begrip: het muurtje.
Een paar spelers die naast elkaar gaan staan om de bal tegen te houden. Als volleyballer weet je: dat hebben ze gewoon van ons afgekeken.
Wij noemen het alleen geen muurtje. Wij noemen het een blok.
En eerlijk is eerlijk: wij doen het ook iets vaker. Niet één keer per wedstrijd bij een vrije trap, maar gewoon de hele wedstrijd door.
Er is nog een verschil. Bij voetbal gaan er tegenwoordig ook spelers achter het muurtje liggen. Dat doen volleyballers ook. Alleen pas nadat de bal gespeeld is. Dat klinkt toch net iets logischer.
Voetballers kennen ook de nul houden. Kijk, daar snapt een volleyballer helemaal niks van. Bij voetbal is 1-0 een prima uitslag. Sterker nog, er zijn complete carrières gebouwd op winnen met 1-0. In Italië is het zelfs een kunstvorm.
Er bestaat zelfs een Mister 1-0. Van die titel krijgt een volleyballer de slappe lach.
Bij 1-0 is bij ons de wedstrijd nauwelijks op gang gekomen. De coach zoekt nog rustig naar een plekje langs de lijn en de spelers zijn nog bezig met het broekje recht te trekken.
Sterker nog: als een volleyballer de nul houdt, dan heeft hij de spelregels waarschijnlijk niet helemaal begrepen.
Wat wel herkenbaar is, is dat ze voetbal nu ook time-outs hebben. Bij hen heet dat drinkpauze, bij ons heet dat een video-challenge.
Voetballers begrijpen trouwens weinig van big points.
Bij voetbal is elk doelpunt een big point. Zo wordt het tenminste gevierd.
Of nou ja, bijna elk doelpunt.
Want als je Duitsland bent en je speelt tegen Curaçao, dan zijn er ineens wel erg veel big points. Meer dan waar een volleyballer van kan dromen. Na de 6-1 kan zelfs de commentator moeilijk nog zeggen dat “de wedstrijd nu echt opengebroken is”. 6-1 is eerder een soort medium point. Of small.
Misschien is dat wel het grootste verschil tussen voetbal en volleybal.
Voetballers zijn dol op schaarste. Tevreden met negentig minuten en vaak vrijwel niks. Dat is wennen.
Ten slotte iets waar volleyballers echt niets mee kunnen: gelijkspelen.
Dat bestaat gewoon in voetbal. Ja echt!
Negentig minuten rennen, duwen, schuiven, schreeuwen… en dan eindigt het in: “ja, we deden eigenlijk niet zoveel voor elkaar onder.”
Alsof Frodo op de rand van Mount Doom staat met de Ring in zijn handen en de regisseur besluit: “ja, dit is wel een mooi moment om te stoppen.”
Een volleyballer begrijpt veel tot het moment dat iemand zegt: “allebei een punt is ook goed.”
Brainfreeze!
Dus volleyballers, kijk het WK en verbaas je. Want geloof het of niet: voetballers zijn ook gewoon mensen.


Reacties
Een reactie posten