Garbagetime

In de NBA noemen ze het garbage time. Er zijn nog meerdere minuten te spelen, maar de achterstand is al vijfentwintig punten. De sterspelers gaan naar de kant, bankspelers maken wat schaarse minuten en een deel van het publiek loopt alvast richting uitgang om de ellende bij het massaal verlaten van de parkeerplaats vóór te zijn. Volleybal kent ook garbagetime. We noemen het alleen niet zo. Maar vanaf pakweg 17–9 – zeker in een laatste set, maar eigenlijk in elke set – is de spanning er vaak uit. Natuurlijk kan een team nog terugkomen, maar in de praktijk voelt het vaak als plichtmatig uitspelen. We tellen de punten nog wel, maar het verhaal van de set is al geschreven. Op het hoogste niveau gebeurt dat misschien niet zo vaak. Bij jeugdwedstrijden – waar krachtsverschillen nu eenmaal groter zijn – helaas veel vaker dan sporadisch. Dat kan beter. Denk ik. Wat als we een set laten bestaan uit twee gewonnen games? En als het 1–1 in games wordt, volgt een beslissende game. Je wint een set d...

Volley Stars van start ...

… en de reacties op Volley Stars zijn in mijn omgeving overwegend positief. Toch klinken er ook kritische geluiden.


Organisatorisch vraagt Volley Stars om een nieuwe aanpak, die het komende jaar in de vele speelkernen nog moet worden uitgevonden. Het is begrijpelijk dat coördinatoren met vraagtekens zitten. Hopelijk veranderen ze snel in uitroeptekens.

Daarnaast zijn er inhoudelijke opmerkingen. Zo zou het stuiten in bounce-volley (niveau 2) niet passen binnen volleybal. De bal mag immers niet de grond raken – dat druist in tegen de ‘aard’ van het spel. Ook de term volleybalgrammatica duikt hierbij wel eens op, en eerlijk is eerlijk: daar valt weinig tegenin te brengen. 

Maar áls ik het daarbij zou laten, dan zou de discussie in deze blog wel érg kort zijn.

In catch-volleybal (niveau 1) mag je de bal gewoon vangen. Dat staat ook niet in de regels en gaat recht in tegen volleybalgevoel. Misschien dat dit minder opvalt omdat we het in de CMV al jaren doen? Gewenning maakt blijkbaar minder puristisch. 


De stuit is geen heiligschennis, maar innovatie. En laten we eerlijk zijn: volleybal heeft altijd al geleefd van innovatie, juist door zich niet al te druk te maken over regels of de ‘oorspronkelijke aard’. 

Neem de Zweedse beachvolleyballers Åhman en Hellvig. Normaal hoort het in drieën, maar zij veranderden het beachvolleybal blijvend door de tweeslag van 'fout' tot kunst te verheffen. 

Normaal wissel je na elke set van veld. Bij beachvolleybal is dat na elke zeven punten. En bij King of the Court – ooit trainingsvorm, inmiddels een erkende sport – zelfs na elk punt. Niet grammaticaal correct, wel spectaculair. 

Nu we het toch over veldwissels hebben: internationaal wordt nog maar één keer van kant gewisseld, na set twee. Dat gehobbel tussen alle sets is overbodig. Dus @Nevobo: idee om dat ook in Nederland te doen? Desnoods met een uitzondering voor hallen waar één kant écht voordeel geeft.

Dit soort veranderingen roept steevast reacties op. Bij een kleine regelwijziging zoals het mogen lopen op moment van opgooi roepen puristen dat de hele sport naar de knoppen gaat. In voetbal kennen ze dat sentiment als geen ander – één lijntje opschuiven bij buitenspel en de talkshows draaien wekenlang overuren.

Maar laten we eerlijk zijn: een sport gaat niet verloren door aanpassingen. De echte bedreiging zit ’m eerder in louche zakenmensen en rare sponsordeals. Vraag maar eens in Groningen of Arnhem. 

Terug naar Volley Stars. De aanpassingen daar dienen een belangrijk doel. Volleybal is een lastige sport. Om kinderen vanaf zes jaar te laten spelen, moet je nu eenmaal knippen en plakken. 


Een van de moeilijkste vaardigheden is balbaanbeoordeling (BBB): inschatten waar de bal terechtkomt. Dat onderscheidt vaak de topper van de doorsnee speler. En dat leer je niet in een weekje. Hoe sneller de bal, hoe moeilijker. Precies daar helpt de stuit: de balbaan wordt vertraagd en verlengd (via de grond in plaats van direct), waardoor jonge spelers BBB beter kunnen ontwikkelen. Zodra dat beheerst wordt, volgt een moeilijker niveau zonder stuit. 

Eigenlijk wemelt jeugdvolleybal van dit soort aanpassingen: vangen en gooien, minder spelers in het veld, een lager net, een zachtere bal, doordraaien na drie keer serveren. Zonder aanpassingen aan de grammatica zou volleybal simpelweg onspeelbaar zijn voor kinderen. 

Dus ja, bounce-volley wijkt af van de officiële regels en van de zogenoemde ‘aard’ van het spel. Net als catch-volley. Net als King of the Court. Net als die Zweedse tweeslag. Net als… nou ja, net als volleybal zelf. 

Bij volleybal is afwijken van de norm de norm. Aanpassen de echte aard van het spel – en precies dat maakt volleybal zo mooi.


Voor iedereen die de spelregels van Volleys Stars wil weten:

Reacties