De andere supermarkt

Stel je voor dat supermarkten voortaan gaan selecteren op de lengte van hun klanten.


Lange mensen naar Jumbo, dat betekent niet voor niets groot. Korte mensen naar Albert Heijn.

Niet omdat lange mensen vervelend zijn. Helemaal niet. Alleen als je goed kijkt, zie je dat korte en lange mensen niet altijd even goed bij elkaar passen.

Lange mensen praten nu eenmaal makkelijker met andere lange mensen. Je kunt elkaar recht in de ogen aankijken. Dat is wel zo prettig. Bovendien hebben lange mensen een heel andere kijk op de bovenste schappen. Korte mensen weer op de onderste. Het is gewoon veel praktischer.

En zeg nou zelf: waarom zou je boodschappen doen met mensen met wie je eigenlijk helemaal niet zo goed bij elkaar past?

Het klinkt misschien vreemd maar als je er goed over nadenkt, is het eigenlijk best logisch.

Toch? Nou ja. Natuurlijk niet.

Maar in de sport zijn we inmiddels bij een soortgelijke stap aangeland.

Voetbalverenigingen in de Randstad beginnen aparte competities. Niet voor lange en korte mensen. Maar voor teams waarvan ze weten dat ze zich sportief gedragen.

"Wanneer ben je fanatiek en wanneer word je vijandig?"

De aanleiding is agressie. Scheldpartijen, intimidatie, vechtpartijen, gedoe met scheidsrechters. Veel teams zijn er klaar mee. Ze willen gewoon voetballen zonder iedere zondag opnieuw te ontdekken of ze dit keer wel zonder kleerscheuren thuiskomen.

En eerlijk is eerlijk: ik snap het.

Iedere week tegen een team dat niet de gebroeders Van Beukering als trainer heeft. Alleen maar tegen leuke teams. Het klinkt aantrekkelijk.

Als je iedere week tegen een ploeg speelt waarvan je weet dat de wedstrijd uit de hand kan lopen, is “dan spelen we toch alleen tegen leuke teams?” een begrijpelijke gedachte.

Maar het blijft een zwaktebod. Je lost het gedrag niet op. Je zorgt er alleen voor dat je er zelf minder last van hebt.

Een week of wat terug zag ik bij het EK volleybal hoe dun de grens kan zijn. In Istanbul speelde Turkije de finale tegen Italiƫ. Ruim zeventienduizend mensen in de hal. Lawaai, gezang, gejuich. Alles erop en eraan.

Een thuispubliek hoort achter zijn ploeg te staan. Zeventienduizend als doodstil publiek, dan wordt volleybal ook maar een merkwaardige bezigheid waarbij een paar mensen een bal over een net slaan terwijl anderen daar stilletjes naar kijken.
Maar ergens ligt een grens. Wanneer ben je fanatiek en wanneer word je vijandig?
"Totdat spelers zich niet meer prettig voelen."
Dat is niet alleen een vraag voor die zeventienduizend supporters in Istanbul. Dat geldt ook voor ons, volleyballers. Vooral voor ons. 

Ket-ser, Ket-ser.” Bij iedere beslissing onder aan de bok staan om je verhaal te halen. Een tegenstander bewust opnaaien door steeds door het net nog even iets irritants te zeggen.

En vervolgens: “Ach, moet kunnen.” “Hoort bij de sport.” “Je moet daar tegen kunnen.

Totdat spelers zich onveilig voelen. Scheidsrechters afhaken. Teams zeggen: tegen die ploeg spelen we niet meer. En een eigen competitie beginnen met hen die zich wel kunnen gedragen.

Als we iedereen die zich niet kan gedragen bij elkaar zetten, hebben we de sport niet beter gemaakt. We hebben de lastige teams alleen ergens anders neergezet.

Gelukkig zijn we in het volleybal nog niet zover. Maar ik zie en hoor dingen in de sporthal waarvan ik me afvraag hoe lang dat nog duurt ...?

Ik weet alleen nog niet bij welke supermarkt de nette volleyballers terecht kunnen. Alhoewel… de Jumbo?

Reacties