Je hoort het in de kantine. Meestal rond de derde helft. Iemand van heren vijf met een lauwe cola en een warme mening zegt dan: “Ja logisch dat dames 1 dat allemaal krijgt… betere ballen, betere trainingstijden, betere trainer…”
Daar zit altijd een ondertoon in. Jaloezie, vermomd als rechtvaardigheidsgevoel.
Prestaties verkopen. Een team in de landelijke Topdivisie bestaat óók buiten de sporthal. In de krant. Op socials. In gesprekken. Bij sponsors. Bij potentieel nieuwe leden. Dat is geen waardeoordeel, dat is hoe aandacht werkt. Bij de lokale krant of omroep wordt alles onder een bepaald niveau simpelweg geschrapt. Dus ook dames één in de tweede klasse.
Maar dat is nog het minst belangrijke punt.
Hoe hoger het niveau, hoe kleiner de vijver met spelers die dat niveau aankunnen. In de tweede klasse is geen schaarste aan spelers. In de tweede divisie wél.
En zodra er schaarste is, verschuift de machtsverhouding. Dan kan een speler kiezen. En op het moment dat een speler kan kiezen, zijn goede trainingstijden, fatsoenlijke materialen en een ervaren trainer geen extraatjes meer. Het zijn randvoorwaarden.
Niet omdat we de andere teams dat niet gunnen. Maar omdat vraag en aanbod zo werken.
Uiteraard kun je als club kiezen voor: gelijke monniken, gelijke kappen. Alle teams dezelfde trainer, dezelfde (minder courante) trainingstijden, dezelfde aandacht, dezelfde randvoorwaarden.
Dat kan.
Alleen zullen spelers die nét wat meer kunnen— en dus nét wat meer keuze hebben — en wat meer randvoorwaarden willen, misschien andere keuzes maken.
Kortom dit soort keuzes heeft gevolgen. Het belangrijkste gevolg zit niet eens bij de spelers die er nu zijn. Dat zit bij de spelers die je opleidt.Want kiezen voor gelijke monniken, gelijke kappen betekent misschien óók dat je misschien weinig perspectief biedt aan jeugdspelers die het straks goed kunnen.
Je investeert als club jaren in opleiding. Trainers. Tijd. Aandacht. Energie.
Maar als het niveau van je eerste team te laag is dan weet je één ding zeker: De spelers die je zelf goed opleidt, vertrekken zodra ze te goed zijn.
Nog steeds geen probleem! Totdat je niveau zó laag is dat driekwart van je jeugdspelers de biezen pakt.
Studeren en verhuizen, dat verlies heb je sowieso. Maar het deel dat in de regio blijft? Dat verlies je óók als je geen aantrekkelijk en passend prestatieniveau biedt.
Je kunt zelfs vrij nauwkeurig uitrekenen welk niveau jouw club nodig heeft om het grootste deel van je eigen opleiding binnenboord te houden (Dat wil zeggen, ik kan dat. Wil je ook een berekening, stuur een bericht).
Stel dat — bijna — alles instort. Stel dat je nog maar één team over hebt. Dat team dat op woensdagavond om 21:30 traint met half opgepompte ballen en een net dat altijd scheef hangt… dat ís dan je dames 1.
Het is het eerste team wat als eerste bestaat en het laatste team dat verdwijnt. Je hebt er altijd één. Je kunt het eerste niet kiezen, en ook niet de wetten van schaarste en aandacht.
Je kunt echter wel kiezen welk soort uithangbord jouw club heeft. Welke tijd, aandacht en moeite er in gestoken wordt. Welke randvoorwaarden je wilt scheppen en voor wie. Welke positie dames of heren 1 inneemt en daarmee: wat voor club - nu en in de toekomst - je eigenlijk wilt zijn.



Reacties
Een reactie posten