Garbagetime

In de NBA noemen ze het garbage time. Er zijn nog meerdere minuten te spelen, maar de achterstand is al vijfentwintig punten. De sterspelers gaan naar de kant, bankspelers maken wat schaarse minuten en een deel van het publiek loopt alvast richting uitgang om de ellende bij het massaal verlaten van de parkeerplaats vรณรณr te zijn. Volleybal kent ook garbagetime. We noemen het alleen niet zo. Maar vanaf pakweg 17–9 – zeker in een laatste set, maar eigenlijk in elke set – is de spanning er vaak uit. Natuurlijk kan een team nog terugkomen, maar in de praktijk voelt het vaak als plichtmatig uitspelen. We tellen de punten nog wel, maar het verhaal van de set is al geschreven. Op het hoogste niveau gebeurt dat misschien niet zo vaak. Bij jeugdwedstrijden – waar krachtsverschillen nu eenmaal groter zijn – helaas veel vaker dan sporadisch. Dat kan beter. Denk ik. Wat als we een set laten bestaan uit twee gewonnen games? En als het 1–1 in games wordt, volgt een beslissende game. Je wint een set d...

Wisselen is jeugdbeleid

Bij trainerscursussen laat ik wel eens een filmpje zien van een stukje wedstrijd van een jeugdteam. Iets wat meteen opvalt in het filmpje is een speler die duidelijk de opstellingen niet begrijpt. Maar er gebeurt meer. Veel mee

Het filmpje hoort bij het onderwerp coaching. Mijn vraag aan de groep: "Wat doe jij als coach nu dit stukje ziet?" "Time-out?" En wat zeg je dan: "Wisselen?" Iets anders?

Een veel gegeven antwoord: “Ik zou die speler X wisselen.

Als de uitleg volgt dat de speler “het gewoon niet kan”, stel ik รฉรฉn simpele tegenvraag:

"Op welk moment in de wedstrijd gaat hij het dan wel leren?"

Want ... je wordt niet beter op de bank!

In jeugdteams is de belangrijkste wissel niet tactisch, maar structureel: de iedereen-speelt-evenveel-wissel. Niet als compromis, maar als beleid. Want drie vaste bankzitters per seizoen betekent misschien wel drie opzeggingen. Doe je dat jaar op jaar, dan begint de C-jeugd met twintig kinderen en eindigt de A met acht.

Zo verliezen we geen wedstrijden — we verliezen spelers.

En ja, zeggen spelers bij hun afscheid vaak: geen tijd, school, werk. Maar wie doorvraagt, hoort meestal wat anders: teleurstelling, geen speelminuten, geen plezier, geen klik met de coach.

Jeugdspelers hebben speeltijd nodig om te groeien. Spelen is trainen, maar dan met echte druk. Spelen is fouten maken, beslissingen nemen, durven. Wie niet speelt, leert niks.

Natuurlijk zijn er ook wissels die tactisch slim kunnen zijn — als je team eraan toe is. Een paar klassiekers:

๐Ÿ Dubbele wissel – twee keer een diagonaal erin, spelverdeler eruit. Meer aanvalskracht aan het net. Kost vier wissels. Werkt? Misschien. Ingewikkeld? Dat ook.

๐Ÿ Opslagwissel – goede serveerder erin, scoren of mis en weer eruit. Soort loterij.

๐Ÿ Blokwissel – sterke blokker erin voor een zwakke blokker. Tijdelijk, soms effectief.

๐Ÿ Libero-wissel – een extra verdediger op een reguliere plek. Zeg maar: de-Marit-Jasper-wissel totdat bleek dat Marit kon aanvallen.

๐Ÿ Aanvalswissel – de betere aanvaller erin, de  betere verdediger eruit. Het spiegelbeeld van de libero-wissel.

๐Ÿ Time-out-wissel – als je time-outs op zijn. Voor rust of de verwarring? En van wie dan?

Neem je team mee in deze keuzes. Laat ze meedenken. Geef eigenaarschap. Laat ze zelf ontdekken wat wรฉrkt — en wat niet. Misschien verzinnen ze zelf een zevende klassieker. 

Het blijft simpel: in de jeugd hoort iedereen te spelen. Het staat bij ons in het jeugdbeleidsplan*. Zwart op wit. Omdat we spelers willen opleiden — en we niet willen verliezen.

Wie volgt?

*gemeten over een heel seizoen

Reacties